In februari 2019 zijn we voor een internationale dōTERRA training een paar dagen naar Spanje geweest. Om hen op een andere manier met de planten achter de etherische oliën kennis te laten maken, hebben we daar ‘s morgens vroeg – voor het ontbijt – met een aantal collega’s uit Nederland, Duitsland, Spanje, Portugal en Engeland systemisch met planten gespeeld.

Eén van die collega’s wees me op het werk van Stephan Harrod Buhner, die o.a. het boek The Secret Teachings of Plants geschreven heeft. Eén van de dingen die deze schrijver ontdekt heeft, is dat planten – net als mensen – getraumatiseerd kunnen zijn. En dat wanneer we getraumatiseerde planten tot ons nemen, we ook de energie van dat trauma zullen voelen. Als voorbeeld schijnt de voormalige hippie het misbruik van Cannabis (ofwel Hennep) te noemen en dat de verdoofdheid die met het gebruik van hasjh of wiet gepaard gaat, overeenkomt met de verdoofdheid waar de spirit van de plant zelf in verkeerd.

Met deze informatie in ons achterhoofd begonnen we aan mini-opstellingen met diverse planten. Eén van die planten was Gember. Als representant van deze plant merkte ik (Arjan) dat ik mijn ogen niet open kon houden, dat ik min of meer bevroor en dat mijn aandacht diep naar binnen getrokken werd. Binnen het systemisch werk zijn dit alle drie signalen die op trauma wijzen. En toen mij als representant van Gember gevraagd werd hoe het met mij ging, voelde ik een diep verdriet in mij opwellen. Ik voelde me echt ontroostbaar en heb als een klein kind – met pijn in mijn buik en pijn in mijn hart – staan janken. We hadden op dat moment in Spanje geen tijd en ruimte om een oplossingsgerichte opstelling voor Gember te doen en broken de mini-opstelling daarom af met het voornemen om dat terug in Nederland alsnog te doen. 

Een maand later organiseerden we een workshop systemisch spelen met bomen en planten waarin die gelegenheid zich alsnog voor deed. Deze keer koos ik een vrouwelijke representant voor Gember. De eerste fysieke reactie die zij kreeg, waren warme tintelende handen. Vervolgens begon ze te kuchen. En zonder dat ik haar vooraf iets verteld over wat ik een maand eerder ervaren had, bevestigde ze mijn vermoeden.

“Als Gember voel ik me misbruikt, uitgehoerd. Ik heb er buikpijn van. Mensen oogsten alleen mijn wortels voor de warmte en vertering, maar zien ons niet meer als een hele plant. En door maar een deel van ons te consumeren, nemen mensen niet onze heelheid op. Dat is bijna niet te verteren voor ons.”

“Door me voor mensen af te sluiten, bescherm ik mijn essentie. ​Ik houd daarom liever afstand. En daarom vind ik het ook moeilijk om je aan te kijken.”

“Het is fijn om gehoord te worden, maar ik heb het gevoel dat jij de enige bent die mij hoort en ziet.”

“Onze medicinale werking wordt onderschat. Onze essentie is dat we warmte brengen daar waar koude is. Niet alleen in het menselijk lichaam, maar ook op de aarde. De polen op aarde draaien en onze rol is om dit proces te ondersteunen daar waar weerstand en kou zit.”

“Wat zou helpen is als er volwassen planten blijven staan, tussen de planten die geoogst worden, zodat de planten die geoogst worden een deel van het geheel meekrijgen.”

“Wat je bijvoorbeeld zou kunnen doen is een afbeelding van de hele plant bij de gember in de winkel hangen of een hele plant in je huiskamer zetten. Ik zou namelijk graag jullie hele huis verwarmen.”

“De mensen kunnen de aarde helpen herinneren aan het verticale energieveld, niet alleen de aarde in, maar ook naar de kosmos. Er is meer dan de aarde alleen.”

In november 2019 werd ik tijdens een workshop systemisch spelen met bomen en planten door één van de deelnemers opnieuw gevraagd om Gember te representeren. Ik was benieuwd wat we deze keer te zien en te horen zouden krijgen? Zou er iets veranderd zijn in de energie van Gember?

Hoe gaat het met je?

“Het gaat beter met me. Ik ben niet meer zo verdrietig over het misbruik.”

Kunnen wij als mensen iets voor je betekenen?

“Ja”

Wat heb je nodig?

“Het is fijn als mer mensen me helemaal laten zijn, me helemaal laten groeien, niet alleen mijn wortels. Dan voel ik dat ik zal ook meer wortels krijg, meer mezelf kan zijn. Dieper in verbinding met de aarde dan ook. Nu sta ik meer op de aarde, oppervlakkiger.”

Wat kun je mij (vraagsteller) brengen?

In reactie op deze vraag, komt er een glimlach op mijn lippen. Ik voel dat ik mijn hart en ogen open en via mijn hart en ogen verbinding maak met de vraagsteller. Dan komt de volgende zin in mij op: “Ik ben meer dan een wortel, zoals jij meer bent dan een lichaam.”

“Wat ik het liefste doe is mensen er aan herinneren dat ze meer zijn dan het lichaam. Dat voel ik pas als ik zelf ook helemaal gezien wordt. Ik merk dat ik heel blij ben. Doordat ik meer ruimte krijg om helemaal mezelf te zijn ontstaan er ook meer ruimte voor jou om helemaal jezelf te zijn. Dat maakt me blij.”

Is er nog iets dat door je gezegd of bewogen wil worden?

“Vertrouw op het morfogenetisch leren! Je vroeg me net wat ik meer dan een wortel. Als ik helemaal mag groeien, dan kan ik meer mijn energetisch werk doen en dat ga je merken door in mijn nabijheid te zijn. Daar mag je op vertrouwen. Het is hetzelfde als wanneer je een vogel echt hoort zingen, dan doet dat iets met je.

Ik voel nu zo de ruimte om weer helemaal te zijn en dat is zo fijn. Dank je wel daarvoor!”

Vervolgens begin ik als representant van Gember te glimlachen. Mijn ademhaling verdiept zich. Mijn lichaam begint zich verder te ontspannen, wiebelt een beetje heen en weer. Ik kijk steeds even naar de vraagsteller en moet dan weer glimlachen. Ondertussen voel ik dat er op energetisch niveau een uitwisseling tussen de vraagsteller en mij als representant van Gember plaats vindt. Er zit een vogeltje in de pruimenboom die zich nadrukkelijk laat horen en ook een kraai.

“Als je me eerst helemaal groot laat worden en dan een stukje wortel neemt en eet of drinkt, dan ben ik helemaal in jou, maar jij ook helemaal in mij. Dan is het goed.”