Je kent ze waarschijnlijk van plaatjes (of misschien heb je ze zelfs wel in het echt gezien): grote velden met lange rijen waar op een grootschalige manier lavendel wordt geproduceerd. Maar tijdens mijn eerste ervaring met systemisch spelen met planten, onder leiding van Arjan, werd ik gevraagd om Lavendel te representeren. En ik voelde me verdrietig, zonder wortels in de grond, angstig om, als ik te diep zou wortelen, aan de bovenkant afgesneden te worden. Ik hield mezelf klein, om mezelf te beschermen, maar wist eigenlijk niet meer wie ík (Lavendel) nou was.

In een opstelling voor de Lavendel werd ik wederom opgesteld als de soort en werd een andere deelneemster opgesteld als het oerbeeld, de oervorm van de Lavendel. Dit beeld zal ik niet snel vergeten: wild, stevig, krachtig geworteld, gecenterd. Vooral die wildheid staat in groot contrast met de cultivering waarin we de Lavendel-planten nu vaak zien.

De oproep of de vraag van de Lavendel aan ons was om haar uit te zaaien, te planten en vríj te laten. Zodat ze méér te geven heeft wanneer we haar oogsten en we dan iets van haar wildheid en krachtige werking in onszelf kunnen opnemen ter ondersteuning van óns welbevinden. En om dankbaarheid te tonen, in gedachten, een gebaar, een intentie, wanneer we van haar bloemen oogsten.

Om mijn indrukken tijdens de opstelling kunstzinnig te verwerken, schreef ik het volgende gedicht.

Wild and deeply rooted

Free underneath the sun

Reminding me of where

I originaly came from.

 

Wild and deeply rooted

Longing to be free

To rise in my full power

Present, being seen.

 

Vulnerable in harvesttime

Show up humble with a grateful heart

So we all may grow into what

We were ment to be from the start.

Marre Bouwhuis