Net als de opstelling voor Gember, waar ik in mijn vorige blog over schreef, is ook de opstelling voor Brandnetel een opstelling in drie delen.

Deel 1: een mini-opstelling
Tijdens een mannenfestival in België koos één van de deelnemers aan de workshop Systemisch spelen met bomen en planten er voor om brandnetel op te stellen. De directe aanleiding hiervoor was dat hij die ochtend – bij het geven van een bushcraft-workshop, waarin hij de mannen leerde hoe ze de stekels uit een brandnetel kunnen halen – zelf hevig door een brandnetel geprikt was. Dat was hem al jaren niet meer gebeurd en daarom zag hij het als een teken dat brandnetel iets van hem wilde. 

Zodra de representant voor Brandnetel is opgesteld, verstart zijn houding en staart hij voor zich uit op de grond. Hij zit gevangen in zijn eigen wereldje en ervaart gevoelens van schuld, spijt en diepe eenzaamheid. Dit alles duidt er op dat deze plant getraumatiseerd is en daarom besluiten we een opstelling voor brandnetel te doen.

Deel 2: een opstelling met enkel mannelijke representanten
Een andere man neemt de rol van representant van Brandnetel op zich. Ook zijn houding verstart en ook hij staart voor zich uit op de grond.
In het blikveld van Brandnetel leg ik een representant voor een Slachtoffer op de grond. Dit geeft de representant van brandnetel enige ontspanning. 
Daarnaast plaats ik een representant voor De Mensheid in de opstelling. Deze keert zich af van Brandnetel en Slachtoffer. Hij wil beide niet zien.
Waar een slachtoffer is, is ook een dader. De gedachte komt in mij op dat het niet waarschijnlijk is dat een plant (die geen geindividualiseerd astraal lichaam heeft) de dader is en daarom stel ik daar ook een representant voor op.

De representant van Dader heeft het gevoel dat Brandnetel door De Mensheid wordt genegeerd en veroordeeld en zegt daarom tegen de representant van Brandnetel: “Jou treft geen blaam”. Dat geeft de representant van Brandnetel nog iets meer ontspanning.

Ik laat de representant van Dader tegen de representant van Slachtoffer zeggen: “Jij hoort bij mij”. De manier waarop de representant van Slachtoffer hierop reageert, is voor mij als opsteller raadselachtig: “Nee, dat klopt niet. Ik hoor bij Brandnetel, maar die kan ik niet bereiken”. De representant van Slachtoffer reikt met zijn armen uit naar de representant van Brandnetel, die net te ver weg staat en niet reageert.

De representant van Dader beweegt heen en weer tussen Brandnetel en Slachtoffer. Terwijl hij heen en weer beweegt, draait de representant van De Mensheid bij, zodat hij Brandnetel en Dader kan zien. Slachtoffer blijft buiten het gezichtsveld van De Mensheid.
De representant van De Mensheid zegt dat Dader tussen hem en Brandnetel moet staan, waarop de representant van Dader het tegenovergestelde doet en achter de representant van Brandnetel gaat staan. Achteraf schreef de representant van Dader hierover: “Ik keerde me naar De Mensheid met Brandnetel pal voor me. Mijn energie was liefde voor Brandnetel en mededogen voor De Mensheid. Ik zag dat De Mensheid, die van Brandnetel was afgekeerd, naar mij toekeerde. Ik voelde toen een beschermende rol naar Brandnetel. De Mensheid mocht me zien, maar niet voordat hij eerst Brandnetel passeerde. Ik stond bewust achter Brandnetel, mijn kind.”

Terwijl er een verbinding tussen De Mensheid en Brandnetel aan het ontstaan is, vraag ik aan de representant van Slachtoffer of hij een menselijk slachtoffer is. De representant van Slachtoffer antwoord met: “Ik lig onder de grond, in de bodem en voel me niet menselijk, maar voedingsstof”.
Naar aanleiding van deze reactie plaats ik een representant voor De Bodem in de opstelling. De representant van De Bodem gaat aan de voeten van Slachtoffer liggen. Hierop krijgt de representant van Slachtoffer een zure smaak in zijn mond en zegt: “Nu verdwijn ik in de bodem”.
Desgevraagd vertelt de representant van De Bodem dat hij geen verbinding met de andere representanten voelt. Daarop beweegt de representant van Dader naar de voeten van de representant van De Bodem. Op het moment dat de representant van Dader daar aankomt, voelt de representant van De Bodem een (voor mij zichtbare) schok door zich heen gaan.

Ondertussen kijken de representanten van Brandnetel en De Mensheid elkaar nog steeds aan. De representant van De Mensheid zegt: “Ik ben bang voor je”. De representant van Brandnetel zegt dat hij agressie in zich voelt opkomen. Terwijl ze elkaar in de ogen blijven kijken, ontspannen  zowel De Mensheid als Brandnetel.

Ik vraag de representant van De Mensheid om tegen de representant van Brandnetel te zeggen: “Ik dacht dat wij groter waren dan jij”. De representant van De Mensheid reageert hier zeer geëmotioneerd op. Hij huilt en lacht tegelijkertijd. Hij zegt: “Ik dacht dat wij groter waren dan jij. Maar jij was er eerder. Jij hebt de bodem voor ons vruchtbaar gemaakt en dat doe je nog steeds”.
De representant van De Mensheid slaakt een zucht van verlichting, gaat op de grond zitten en zegt: “Er valt een last van me af. Heel het idee dat ik verantwoordelijk ben voor het hoeden van de aarde lost op”.
De represenant van Brandnetel gaat ook zitten en zegt: “Dat jullie later kwamen dan wij betekent niet dat jullie kleiner zijn, maar ook niet dat jullie groter zijn.” De representant van De Mensheid stemt in en zegt: “Er is plek voor ons allebei”.
Ik plaats een representant voor Moeder Aarde in de opstelling. De representant van De Mensheid zegt tegen de representant van Moeder Aarde: “Bij jou kan ik klein zijn”.

Op dit punt in de opstelling neem ik waar, dat de relatie tussen Brandnetel en De Mensheid is hersteld. Het blijft echter nog een raadsel hoe het nu zit met het slachtoffer en de dader. Ik voel dat er nog iets nodig is om ook met hen de relatie te herstellen.

Ik vraag aan de representant van Dader om tegen de andere representanten te zeggen: “Het lot heeft ons met elkaar verbonden.” Alle representanten stemmen in, behalve de representant van De Bodem, die zegt: “Wat een onzin. Ik was er al die tijd al”.

Hier laten we het bij. 

Deel 3: een opstelling met enkel vrouwelijke representanten
De dag na de opstelling realiseer ik me dat ik – net als de representant van De Mensheid, die tijdens de opstelling Slachtoffer niet wilde zien – tijdens de opstelling iets wezenlijks niet heb kunnen horen en zien, namelijk dat de representant van het Slachtoffer zegt en laat zien: “Ik hoor bij Brandnetel, maar die kan ik niet bereiken”.  Ik heb verzuimd om de representant van Slachtoffer dit tegen de representant van Brandnetel te laten zeggen en vraag me af hoe het nu zit met de relatie tussen het slachtoffer en brandnetel. Is brandnetel misschien toch de dader in relatie tot het slachoffer?

Om hier meer helderheid over te krijgen, doen we twee dagen later op Hof van Moeder Aarde met een aantal vrouwelijke representanten nogmaals een opstelling voor brandnetel.

Deze derde opstelling beginnen we weer bij het begin: met een representant voor Brandnetel en een representant voor Slachtoffer, die voor de representant van Brandnetel op de grond gaat liggen.

Wordt nog vervolgd.